Uitspraken Geschillencommissie Zorgverzekeringen

Bindend advies GcZ, 15 februari 2021, SKGZ202000198

Uitspraak Geschillencommissie Zorgverzekeringen
Uitkomst: Afgewezen
Datum uitspraak: 15 februari 2021
Datum publicatie: 18 februari 2021
Beëindiging persoonsgebonden budget (PGB vv) met terugwerkende kracht vond terecht plaats op grond van artikel 15.2 van de voorwaarden van de zorgverzekering en toepassing van dit artikel leidt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet tot een uitkomst die onaanvaardbaar is.

De ziektekostenverzekeraar heeft het PGB vv van verzoekster per brief van 22 juli 2019 beëindigd met terugwerkende kracht tot 1 mei 2019. Verzoekster meent dat haar zorgverlener recht heeft op betaling voor de verleende zorg en wil daarom dat de ziektekostenverzekeraar de kosten van Persoonlijke Verzorging in de periode van mei 2019 tot halverwege juli 2019 vergoedt. De ziektekostenverzekeraar vindt dat verzoekster geen recht heeft op vergoeding van deze kosten en dat hij het PGB vv terecht per 1 mei 2019 heeft beëindigd.
De commissie concludeert dat de beëindiging vanaf medio juli 2019 niet in geschil is. Het geschil heeft betrekking op de periode van 1 mei 2019 tot medio juli. De ziektekostenverzekeraar heeft aangevoerd dat aan diverse eisen zoals opgenomen in de artikelen 5.1 en 5.2 van het reglement door verzoekster niet is voldaan. Zij is niet in staat gebleken te voldoen aan de aan het PGB vv verbonden taken en verplichtingen. Onder andere staat vast dat verzoekster geen bancaire bewijzen kan overleggen van de aan zorgverleners betaalde bedragen. Dit is de reden dat het PGB vv mocht worden beëindigd. De gronden voor beëindiging van een PGB vv met terugwerkende kracht zijn identiek aan die voor beëindiging naar de toekomst. Het PGB vv mocht dan ook op grond van het reglement met terugwerkende kracht tot 1 mei 2019 worden beëindigd. Daarmee rest enkel nog de vraag of beëindiging met terugwerkende kracht tot 1 mei 2019 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het antwoord hierop is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De specifieke omstandigheden van verzoekster geven geen aanleiding te concluderen dat beëindiging met terugwerkende kracht leidt tot een uitkomst die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.