Uitspraken Geschillencommissie Zorgverzekeringen

Bindend advies GcZ, 20 juni 2022, SKGZ202102156

Uitspraak Geschillencommissie Zorgverzekeringen
Uitkomst: Toegewezen
Datum uitspraak: 20 juni 2022
Datum publicatie: 20 juni 2022
Wederom verstrekken CPAP-apparatuur na MRA niet doelmatig, maar verzoekster mocht ervan uitgaan dat de mededeling over een testperiode inhield dat zij nog mocht terugkomen op haar keuze voor een MRA.

In verband met OSAS werd aan verzoekster CPAP-apparatuur voorgeschreven. Bij het gebruik hiervan werden door haar psychische klachten en toename van tinnitus ervaren. Zij heeft daarom gekozen voor een MRA. Laatstgenoemd hulpmiddel beviel evenmin. Verzoekster ervoer problemen met het in- en doorslapen. Dit vormde voor haar aanleiding opnieuw te kiezen voor CPAP-apparatuur. De ziektekostenverzekeraar weigerde verstrekking hiervan, omdat dit niet doelmatig zou zijn.
De commissie overweegt dat met de MRA het beoogde behandeldoel - verlaging van de AHI waarde tot < 5 - is behaald. Van objectiveerbare medische of tandheelkundige klachten door het gebruik van een MRA is niet gebleken. De gebruiksduur van het hulpmiddel is nog niet verstreken. Onder deze omstandigheden kon de ziektekostenverzekeraar besluiten dat het opnieuw verstrekken van CPAP-apparatuur niet doelmatig is.
Verzoekster heeft zich daarnaast beroepen op een telefonische mededeling inhoudende dat zij wederom voor CPAP-apparatuur zou kunnen kiezen als de MRA niet beviel. Vast staat dat tijdens het telefoongesprek is gesproken over een testperiode. Naar het oordeel van de commissie mocht verzoekster ervan uitgaan dat dit inhield dat, als de MRA niet beviel, zij kon terugvallen op het CPAP-apparaat. De commissie wijst het verzoek op basis hiervan toe.