Uitspraken Geschillencommissie Zorgverzekeringen

Bindend advies GcZ, 5 februari 2019, SKGZ201900553

Uitspraak Geschillencommissie Zorgverzekeringen
Uitkomst: Gedeeltelijk toegewezen
Datum uitspraak: 5 februari 2020
Datum publicatie: 6 februari 2020

De ziektekostenverzekeraar stelt dat sprake is van een betalingsachterstand van € 8.685,02. Op grond van de ontstane premieachterstand heeft de ziektekostenverzekeraar verzoeker met ingang van 1 mei 2010 aangemeld als wanbetaler bij de rechtsvoorganger van het CAK. Verzoeker betwist de betalingsachterstand en meent dat hij niet als wanbetaler mocht worden aangemeld. Verder is verzoeker van mening dat bij hem in 2015 ten onrechte het eigen risico in rekening is gebracht, omdat aan hem toen geen farmaceutische zorg is geleverd. Verder vordert hij een schadevergoeding.
De commissie beslist dat de betalingsachterstand totaal € 3.797,84 bedraagt. De ziektekostenverzekeraar heeft ten onrechte premie in rekening gebracht over de periodes dat verzoeker in detentie verbleef, dan wel dat hij was aangemeld als wanbetaler. Verder blijkt dat in sommige jaren meer zorgkosten in rekening zijn gebracht dan het wettelijk verplicht eigen risico. Omdat hiervoor een verklaring ontbreekt, beslist de commissie dat niet meer dan het wettelijk verplicht eigen risico is verschuldigd. Verder beslist de commissie dat de ziektekostenverzekeraar in 2015 geen eigen risico in rekening mocht brengen voor farmaceutische zorg, omdat uit de verklaring van de betrokken zorgaanbieder blijkt dat deze zorg ten onrechte is gedeclareerd.
De commissie komt verder tot de conclusie dat verzoeker met ingang van 1 mei 2010 mocht worden aangemeld als wanbetaler, omdat op dat moment sprake was van een betalingsachterstand van ten minste zes maandpremies. Verder ziet de commissie geen aanleiding het verzoek om schadevergoeding toe te kennen, omdat dit onvoldoende is onderbouwd.