Uitspraken Geschillencommissie Zorgverzekeringen

Bindend advies GcZ, 3 juni 2020, SKGZ202000121

Uitspraak Geschillencommissie Zorgverzekeringen
Uitkomst: Toegewezen
Datum uitspraak: 3 juni 2020
Datum publicatie: 15 juni 2020

Verzoeker is met ingang van 1 augustus 2010 aangemeld als wanbetaler bij het toenmalige CVZ, thans het CAK. Deze aanmelding vormt geen onderwerp van geschil. Hetzelfde geldt voor de hoogte van de opstaande vordering. Deze bedraagt naar de stand van 5 maart 2020 totaal € 9.216,68 en bestaat uit een verjaard deel (€ 8.061,84) en een niet-verjaard deel (€ 1.154,84). Verzoeker vordert dat de aanmelding als wanbetaler wordt opgeschort als hij een betalingsregeling afspreekt voor het niet-verjaarde deel van de vordering. De ziektekostenverzekeraar is hier niet mee akkoord gegaan en wil dat verzoeker een betalingsregeling afspreekt voor de gehele schuld.
Artikel 18d, tweede lid, onder c, Zvw bepaalt dat de zorgverzekeraar de aanmelding van een verzekerde als wanbetaler bij het CAK dient op te schorten als deze een betalingsregeling afspreekt met de zorgverzekeraar. Kenmerk van een natuurlijke verbintenis is dat deze rechtens niet afdwingbaar is. Met dit laatste als uitgangspunt is het in strijd met de redelijkheid en de billijkheid te verlangen dat ook een betalingsregeling wordt afgesproken voor het verjaarde deel van de vordering alvorens de aanmelding als wanbetaler op te schorten. Indien een betalingsregeling voor het niet-verjaarde deel van de vordering tot standkomt moet de zorgverzekeraar de aanmelding van verzoeker als wanbetaler bij het CAK opschorten.