Uitspraken Geschillencommissie Zorgverzekeringen

Bindend advies GcZ, 17 juni 2020, SKGZ201902446

Uitspraak Geschillencommissie Zorgverzekeringen
Uitkomst: Afgewezen
Datum uitspraak: 17 juni 2020
Datum publicatie: 22 juni 2020

Verzoekster heeft op 17 december 2018 bij de ziektekostenverzekeraar een aanvraag ingediend voor
een zorgverzekering en een aanvullende ziektekostenverzekering. De ziektekostenverzekeraar heeft haar meegedeeld dat de ingangsdatum van beide verzekeringen is bepaald op 2 november 2018, zijnde de datum waarop verzoekster zich in de BRP heeft ingeschreven. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij heeft gevraagd de verzekeringen op 1 januari 2019 te laten ingaan.
De commissie overweegt dat de ziektekostenverzekeraar juist heeft gehandeld. Dit gelet op het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, onder a, Zvw voor zover het de zorgverzekering betreft. Op grond van de voorwaarden van de aanvullende ziektekostenverzekering geldt voor deze verzekering dezelfde ingangsdatum.
Verder heeft verzoekster de ziektekostenverzekeraar gevraagd de zorgverzekering met ingang van 1 september 2019 te beëindigen. Zij stelt dat zij met ingang van die datum niet meer in Nederland woonachtig is. De commissie overweegt dat verzoekster dit laatste niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarom heeft de ziektekostenverzekeraar de zorgverzekering terecht niet met ingang van 1 september 2019 beëindigd. Uit het door de zorgverzekeraar overgelegde betalingsoverzicht is een betalingsachterstand af te leiden. Omdat verzoekster voorts niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij meer of andere betalingen heeft gedaan dan in dit overzicht weergegeven, is het door de ziektekostenverzekeraar overgelegde financiële overzicht met de hierin vermelde betalingsachterstand juist