Uitspraken Geschillencommissie Zorgverzekeringen

Bindend advies GcZ, 18 maart 2020, SKGZ201901660

Uitspraak Geschillencommissie Zorgverzekeringen
Uitkomst: Afgewezen
Datum uitspraak: 18 maart 2020
Datum publicatie: 23 maart 2020

Verzoekster heeft enkele nota's ter declaratie ingediend bij de ziektekostenverzekeraar. Deze betreffen de acupunctuurbehandelingen van haar kinderen. De ziektekostenverzekeraar is een onderzoek gestart naar de nota's en heeft geconcludeerd dat sprake is van fraude. Hij heeft daarom een aantal maatregelen opgelegd: één nota wordt niet vergoed, de vergoedingen van twee nota's worden teruggevorderd, de onderzoekskosten van € 125,-- worden op verzoekster verhaald, de gegevens van verzoekster worden voor de duur van acht jaren opgenomen in het interne Incidentenregister van de ziektekostenverzekeraar en deze opname is gemeld bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) van het Verbond van Verzekeraars.
Drie gedeclareerde nota's vermelden behandeldata die niet correct zijn. Tussen partijen is dit niet in geschil. De ziektekostenverzekeraar mag vergoeding van de laatste nota weigeren en de eerder verleende vergoedingen terugvorderen. Verzoekster heeft verschillende verklaringen gegeven over de wijze van betaling van de nota's. Deze wijken af van de verklaring van de zorgaanbieder. Daarnaast is haar verklaring over het reserveren van tijd voor de behandelingen niet logisch, omdat op het moment van het maken van de afspraken al bekend was dat de data in de periode van afwezigheid zouden vallen. Voorts zijn de nota's achteraf verstrekt, aldus de zorgaanbieder, en was op dat moment dus bekend op welke data de behandelingen daadwerkelijk hadden plaatsgevonden.
De door verzoekster afgegeven verklaringen overtuigen niet. Als indiener van de nota's is zij verantwoordelijk voor de juistheid hiervan. Het indienen van de onjuiste nota's kan haar volledig worden toegerekend. De opzet tot misleiden blijkt uit het feit dat verzoekster driemaal een onjuiste nota ter declaratie heeft ingediend. De ziektekostenverzekeraar mocht daarom overgaan tot de door hem opgelegde maatregelen. Deze zijn naar hun aard proportioneel, maar de commissie ziet aanleiding de duur te beperken tot zes jaren.