Uitspraken Geschillencommissie Zorgverzekeringen

Bindend advies GcZ, 1 april 2020, SKGZ201900104

Uitspraak Geschillencommissie Zorgverzekeringen
Uitkomst: Afgewezen
Datum uitspraak: 1 april 2020
Datum publicatie: 14 april 2020

Verzoeker heeft de zorgverzekeraar verzocht zijn zorgverzekering met ingang van 1 januari 2019 te beƫindigen. De zorgverzekeraar heeft dat geweigerd, omdat nog sprake was van een betalingsachterstand. Deze had betrekking op het restant eigen risico 2018 en de premies voor november 2016 en mei 2017. Op grond van artikel 8a Zvw is alleen de premie voor de zorgverzekering inclusief rente en incassokosten van belang. Op 19 december 2018 heeft de zorgverzekeraar een zonder betalingskenmerk gedane betaling geboekt op de premie voor januari 2019. Dit omdat de vordering met betrekking tot de premie voor mei 2017 al was overgedragen aan de incassogemachtigde. Dit is in strijd met artikel 6:43 BW. De zorgverzekeraar had de betaling van 19 december 2018 moeten gebruiken voor de achterstand van mei 2017. Over de maand november 2016 heeft verzoeker wel de hoofdsom betaald, maar niet de opgekomen rente en incassokosten. Daarom is de opzegging op grond van artikel 8a Zvw terecht geweigerd. Wat betreft de opzegging met ingang van 1 januari 2020, het voldoen van de openstaande vordering en de afmelding als wanbetaler bij het CAK hebben partijen na afloop van de hoorzitting afspraken gemaakt.